Melkziekte

Wat is melkziekte

Melkziekte is voor elke melkveehouder een bekend fenomeen

Melkziekte is een belangrijke aandoening van melkkoeien rondom afkalven1. Het wordt veroorzaakt door te laag calcium in het bloed en treedt op kort rondom afkalven. De start van de lactatie zorgt voor een enorme toename van de behoefte aan calcium. Vergeleken met een droge koe, is gemiddeld 80 gram calcium extra per dag nodig3. Door het op gang komen van de melkproductie wordt calcium uit het bloed onttrokken waardoor het calciumgehalte in het bloed gevaarlijk laag kan worden. De koe krijgt dan problemen met spier- en zenuwfuncties en zakt door de poten. Als de hartspier niet meer voldoende kan samentrekken zal de koe sterven aan melkziekte. De melkziektegevallen die klinisch duidelijk zichtbaar zijn, zijn slechts het topje van de ijsberg. 5-10% van de koeien krijgt hiermee te maken kort na afkalven1,2. Voor elk klinisch geval zijn er 3 tot 6 andere koeien op het bedrijf die kunnen lijden aan subklinische (niet zichtbare) melkziekte3. Melkziekte brengt een behoorlijke directe en indirecte financiële schade met zich mee.

bovikalc-vrij-van-melkziekte-ijsberg

 

Wat is calcium?

Calcium is een mineraal dat nodig is voor de opbouw en onderhoud van botten en het gebit. Daarnaast heeft calcium ondermeer belangrijke functies bij signaaloverdracht en spieractiviteit.

Wat gebeurt er bij te weinig calcium?

Is er te weinig calcium in het bloed, dan zullen zenuwsignalen en spiersamentrekkingen niet vlot verlopen. Dit is de reden waarom koeien spierzwakte hebben, slap zijn en wankel lopen of zelfs niets meer kunnen staan. In het ergste geval kan een koe sterven.

Calciumconcentratie in bloed rondom afkalven:

 
bovikalc-vrij-van-melkziekte-calciumconcentratie-grafiek 

Risicofactoren

Alle koeien lopen risico rondom afkalven, maar verhoogde risicofactoren zijn3,4:

 - Hogere leeftijd/lactatienummer
 - Hoge conditiescore
 - Hoge melkgift in de voorgaande lactatie
 - Eerder melkziekte gehad
 - Kreupelheid 

Wat zijn de zichtbare symptomen van melkziekte?

De eerste zichtbare tekenen zijn trillingen, daarna wankelen.
Verminderde eetlust en dus verminderde voeropname, herkauwen en ontlasting verminderen of houden volledig op, temperatuur daling van 0,5 0C, sloom, het niet vlotten met afkalven, niet afkomen van de nageboorte.
De koe gaat liggen, vaak met de kop in de flank, is sloom en haar lichaamstemperatuur kan aanzienlijk dalen, spiertrillen, knarsetanden en koude oren.
Zonder behandeling gaat de koe liggen met gestrekte poten, de koe raakt in coma en sterft.

Melkziekte laat zich echter niet altijd zo duidelijk herkennen. Voor elk klinisch geval zijn er 3 tot 6 andere koeien op het bedrijf die kunnen lijden aan subklinische (verborgen) melkziekte3. Lees hier meer over verborgen melkziekte.

De gevolgen van melkziekte5,6:

Uit studies blijkt dat de gevolgen van melkziekte verder gaan dan het acute gevaar. Klinische, maar ook subklinische melkziekte kunnen leiden tot:

• Verminderde afweer
• Verminderde activiteit pens, lebmaag en baarmoeder
• Verminderde vruchtbaarheid
• Verminderde melkgift

Daarnaast hebben dieren met melkziekte meer kans op andere problemen zoals5,6:

Mastitis 8 keer
Slepende melkziekte 8 keer
Aan nageboorte staan 3 keer
Lebmaag verplaatsing 4,8 keer
Moeilijk afkalven 2,6 keer
Baarmoederontsteking 1,7 keer
Afvoer (1-30 dagen) 2 keer

  

bovikalc-gevolgen-melkziekte-melkproductie-vs-huidige-lactatie

 Naast gezondheidsproblemen heeft melkziekte ook aanzienlijke economische gevolgen. Per geval worden de kosten geschat op €300l7. De schade door subklinische mastitis kan oplopen tot 1 cent per liter melk8.

 

Referenties:

1.      Mulligan et al (2006) Irish Vet J. VOL 59 (12) P697–702

2.      Sampson et al (2009) Veterinary therapeutics 10 (3), 131–139

3.      Houe et al (2001) Acta vet Scanda 42, 1–29

4.      Degaris et al (2009). The veterinary journal. 176 58–69

5        Mulligan et al (2006) Irish Vet J. VOL 59 (12) P697–702

6        Houe et al (2001) Acta vet Scanda 42, 1–29

7        Husband (2005) In practice 27, 88–92

8        Anonymous (2011): Why partial DCAB for dry cows is better than none. Dairy Farmer, Juni, 14-15